regio: Achterhoek en Oost-Veluwe
gemeente: Apeldoorn
plaats: Loenen
verwervingsjaar: 1992

Korte kenschets
Zeer aantrekkelijk Veluws landschap met uitgestrekte bossen en golvende heidevelden, onder andere met jeneverbessen. Leefgebied van edelhert en wild zwijn. Centraal een schaapskooi van waaruit een schaapskudde de hei begraast; het zuidelijk deel wordt begraasd door Schotse hooglanders.

Geo(morfo)logie
De Loenermark ligt op de Oost-Veluwse Stuwwal. Het terrein is geaccidenteerd, met een hoogte die varieert van 40 meter tot 85 meter boven N.A.P. Het relief wordt vooral veroorzaakt door een in de stuwwal uitgesleten droogdal. Ook dekzandheuvels en vastgelegd stuifzand zorgen voor relief. Het zuidelijk deel van de Loenermark maakt deel uit van het grootste droogdalsysteem op de Veluwe, het droogdalsysteem van de Eerbeekse Beek. Dit systeem heeft een afwateringsgebied van ongeveer 35 vierkante kilometer (zie ook Huis te Eerbeek). Op de Zilvense heide bevindt zich een ijkbasis voor optische instrumenten. Men koos deze plaats vanwege de grote geologische stabiliteit van dit gebied.

Archeologie
Op de Loenermark zijn grafheuvels en sporen van ijzerwinning gevonden. De Loenermark is nooit uitvoerig onderzocht op sporen uit het verleden, maar zeer waarschijnlijk is er nog veel meer aanwezig, zoals onder andere oude (handels)wegen, grensmarkeringen, etc.

Historische geografie
Op de Loenermark is al heel lang bos aanwezig dat in gezamelijk gebruik was bij de marke van Loenen. Het werd al in de 10de eeuw genoemd en bestond waarschijnlijk uit zowel bos als hakhout. Rond 1850 bestond dit bos nog uit een strook van 500 meter ter weerszijden van de Droefakkers, de weg van Loenen naar Terlet. Vanaf de rand van de Loenerenk was het ongeveer 1,5 km lang. De rest van de Loenermark bestond uit heide, die tot ongeveer 1850 een essentieel onderdeel uitmaakte van het landbouwsysteem op de Loenerenk. De heide werd met schaapskudden begraasd. In de schaapskooien werden heideplaggen als strooisel gebruikt, die de mest opvingen. Mest en plaggen werden vervolgens op de akkers op de enk gebracht. Er is nog altijd een schaapskooi en -kudde op de Loenermerk. De kudde wordt nu gebruikt om de hiede te verjongen. Toen de heide zijn economische functie verloren had groeide hij langzaam dicht met bomen, of werd bebost. In 1932, tijdens de crisisjaren, kocht de gemeente Apeldoorn de Loenermark van de Loenenaren om er werkverschaffingsprojecten uit te voeren. Men groef er zand en grind af en op de heidevelden werd op uitgebreide schaal bos aangeplant. Grote delen van het terrein zijn daarbij diep omgespit en bemest met huisvuil. In die periode is aan de rand van de zuidwestelijke heide ook een ven aangelegd. Ook een deel van de Loenerenk werd bebost. De rand van de Enk is nog herkenbaar in het bos door de Wildwal, die de akkers tegen wildvraat moest beschermen.

Verwervings geschiedenis
In 1992 is de Loenermark door de gemeente Apeldoorn aan ons in erfpacht uitgegeven.

Bouwwerken
De schaapskooi aan de Droefakkers herbergt een kudde van 150 schapen. De soort is het Veluws heideschaap, een zeldzaam huisdierras waarvan er in totaal ongeveer 1500 in Nederland zijn. De schaapherder begraast met deze kudde de 240 hectare heidevelden om ze vrij te houden van gras en bomen. De jaarlijkse lammetjesdag is een geliefd evenement waarbij kinderen schapen en lammetjes mogen aaien en voeren. De schaapskooi is niet historisch, hij werd gebouwd in 1956.

Flora
Mede door de begrazing en het plaggen is de heide weinig vergrast. Op de heide vinden we diverse korstmossen, blauwe zegge en veenbies en bij het ven zelfs de zeldzame en als bedreigd beschouwde grote wolfsklauw. Tussen de heideplanten treffen we ook struikbrem en kruipbrem aan, met mooie gele vlinderbloemen. De stekelbrem weert zich met zijn doornen prima tegen de begrazing. Langs de schelpenpaden komen we het hondsviooltje tegen, een soort die je aanvankelijk niet zou verwachten. De kalk van de schelpen heeft echter een bufferende werking op de naastgelegen grond, waardoor dit plantje het hier prima naar de zin heeft. Vooral op de noordwestelijke hei zijn zeer fraaie jeneverbesstruwelen te zien. In het bosgedeelte van het gebied is ook een bosreservaat, met vooral eikenstrubbenbos en grove den. De bodem wordt veelal bedekt met blauwe en rode bosbes en bochtige smele. Ook adelaarsvaren, een soort die op oud bos wijst, kan behoorlijk dominant voorkomen.

Fauna
Op de Loenermark leeft een grote populatie wild. Samen met de kudde schotse hooglanders en de schaapskudde houden ze de vegetatie kort en zorgen ze voor variatie. Veel soorten amfibien en reptielen bevolken het gebied, waaronder zels de zeldzame gladde slang. Ook voor vlinders en libellen is het een aantrekkelijk leefgebied. Opvallend is de enorm grote populatie groentjes, die vooral de rode bosbes als waardplant heeft. Maar ook zeldzamer soorten als de bosparelmoervlinder, die afhankelijk is van het voorkomen van hengel en het ernstig bedreigde tweekleurig hooibeestje komen voor. Libellen zijn onder meer vertegenwoordigd door de venwitsnuitlibel. De heide en de overgang ervan naar het bos is ook van belang voor diverse vogelsoorten. Hier komen nachtzwaluw en geelgors voor. Zich wat meer in het bos ophoudend is de draaihals, een spechtesoort die vrij zeldzaam is geworden. In de schemering scharrelt de das rond, er zijn zestien burchten in het gebied, waarvan er zes permanent bewoond zijn.

Visie/ toekomstbeeld
Op de Loenermark wordt de huidige ruimtelijke variatie van heide en bos in stand gehouden. In het bos streven we naar meer natuurlijkheid. In een deel van het bos voeren we geen beheer meer uit of wordt het omgevormd naar een natuurlijker bos. In een ander deel verhogen we de variatie in het bos door het om te vormen van eenvormige naaldhoutplantages naar bos met meer soorten en meer structuur. De heide wordt onderhouden door de schaapskudde en door jaarlijks een deel te maaien en het maaisel af te voeren.